Polog 033

Lezer, gegroet.

“Ik heb hem niet ontmoet. Ik heb de vent overgenomen van Charles van Anjou, de jongste broer van koning Lodewijk, sedert een paar jaar Koning van Sicilië. Hij gaf hoog op over die ‘bekeerde moslim’ zoals hij hem altijd noemde. Charles’ theorie is dat renegaten betrouwbaar zijn doordat zij de gevangene zijn geworden van de beslissing over hun eigen zielenheil. Christenen oordelen niet mals over verzakende geloofsgenoten maar bij de islam lig je er écht uit. Loyaliteit is dan geen vrije keus meer maar een reden van bestaan. Charles beloofde zijn broer op diens sterfbed de man in zijn hofhouding op te nemen en schoof hem weer door naar mij. ‘Edward, aan die man zul je veel plezier beleven. Stel hem aan als je adjudant. Spreekt zijn talen en door zijn afkomst kan hij denken als de vijand. Dergelijke medewerkers zijn zeldzaam. Ze geven ons, kruisvaarders, een voorsprong waarop wij zuinig moeten zijn’ aldus Charles.“
“Een eerzame erfenis, hoogheid. Van een heilig man als Lodewijk van Frankrijk via de nobele monarch van Sicilië.” Ik meende er geen bal van want die Charles schijnt een intrigant en een tiran te zijn, over wie kwalijke verhalen de ronde doen.

Hannes deed er nog een schepje bovenop. “Begrijpelijk, hoogheid, dat u zich zo’n man, geschikt voor alle seizoenen, niet heeft laten ontglippen.”

De prins leek onaangedaan en nog niet rijp om de beul te bestellen.

“Hoogheid, sta mij toe u een waargebeurd verhaal te vertellen.”

“Vooruit dan maar” zei de prins goedgeluimd. “Mits geen Duitse sprookjes of Franse fabels. Die kunnen me gestolen worden. Je bent gewaarschuwd, Sängershoven!”

“Hoogheid, mijn verhaal gaat niet over Reinaert de Vos. Wat niet wil zeggen dat de streken die aan de orde komen, minder schelmachtig zijn” verzekerde Hannes.

“Vertel” beval de prins. Hij schoof zijn stoel naar achteren en strekte zijn lange benen.

E continua