Polog 027

Lezer, gegroet.

Mijn vader schetste de reis naar Cathay die hij samen met zijn broer had gemaakt. Hij gaf hoog op over de Zijderoute, die hij omschreef als een professionele concurrerende markt waar geweldige producten worden aangeboden met een uitstekende klantenservice. Zo fraai had ik hem de zijdeweg nog niet eerder horen beschrijven. Tja. De woordkeus van de verhalenverteller wordt bepaald door zijn toehoorders, moeten we maar denken. Spannend was het wel. Hoe mijn vader en oom de keizer hadden ontmoet en welke relatie er tussen hen was ontstaan. Op verzoek van de Prins werd ingezoomd op de verdeling van de keizerlijke familieleden over de diverse machtsgebieden en wat de invloed van het Mongools militair complex was. Vooral over de Perzische Khan wilde de prins alles weten.

Het was een herhaling van wat zijn adjudant was verteld. Niet overbodig want uit de vragen van de prins kon ik opmaken dat de informatie voor hem grotendeels nieuw was.

“Ik heb mij laten vertellen dat de Mongolen niet van zins zijn hun opmars naar het westen te staken. Is dat zo? Wat weet u ervan?”

“De Grote Khan vindt dat Palestina, Egypte en Tunis moeten kunnen profiteren van de ‘Mongoolse Vrede’” orakelde mijn vader.

Prins Edward schoot in een lach. “Man, je lijkt wel een diplomaat”.

Mijn vader imiteerde de adjudant. Hij glimlachte en zweeg.

“Ik haat diplomaten” vertrouwde de prins ons toe.” Leggen de dingen altijd anders uit dan je denkt dat zij ze hebben uitgelegd, of toch niet. Dus nogmaals: is de Perzische Khan wat van plan, binnenkort?

“Hoogheid, de kennis over wat de Mongolen willen, is diagnostisch een lastig bezit” legde mijn oom uit.

“Wispelturig volkje, hè, die Mongolen” begreep de prins. “Goed, dan zal ik niet verder aandringen. Laten wij het hebben over uw reisplan.“

E continua