Silk Race

Polog 8

Mijne dames en heren, keizers en koninginnen, hertogen en markiezinnen, edelen en burgeressen. Voor u, die wil weten in wat voor een wonderlijke omgeving een gewone jonge koopman uit Venetië leeft en werkt, hoop ik dat dit logboek voor u een welkome wekelijkse afleiding zal vormen. U zult er onopgesmukte noties en eerlijke verhalen in vinden over mijn familie, hun handel en wandel op de jaarmarkten van Europa en in de onmetelijke landen van het oosten, en over mijn eigen wedervaren, binnen en buiten Venetië. Waarmee niet gezegd wil zijn dat van dezelfde gebeurtenissen geen andere weergave mogelijk zou zijn. POLOG blijft de werkelijkheid van mij, Marco Polo.

Polog 8

Lezer, gegroet

“Die verovering van Constantinopel wordt ons nog steeds nagedragen. Toegegeven, daarna was het mooie er wel af, van de stad. In de verte lijkt het nog heel wat, als je de zeelui mag geloven. Maar als ze in het centrum passagieren, zien ze overal brandplekken en het werk van beunhazen die de half herstelde ravage hebben opgeknapt. Jammer, want de stad was in het verleden honderd procent luisterrijk en feeëriek. Daar waren de bezoekers het door de eeuwen heen zonder uitzondering over eens. De voorspoed van de stad was voornamelijk te danken aan de riante ligging. Een waar godsgeschenk. Kon niet mooier, voor wie zich dagelijks in het centrum van de macht en de wereld wilde wanen. Kon niet strategischer voor wie het  streven naar een uitpuilende geldbuidel het hoogste doel was.

Ga maar na, gelegen op een punt waar vrijwel alle landwegen uit Azië naar Oost – Europa elkaar kruisten. Die ligging maakte van de stad van Constantijn de nummer een op de lijst van perfecte opslag – en doorvoerplaats voor handelswaren uit verre gebieden als India, Ceylon en China. Wat er zoal vandaan kwam? Ik noem er een aantal: ivoor, en amber, porselein en edelstenen, zijde en damast, aloësap en balsem, kaneel en suiker, muskus en gember en nog eindeloos veel meer specerijen, geurstoffen en medicamenten. Te veel om op te noemen.
Maar een stad kan niet alleen leven van geld en goederen die voortdurend van eigenaar wisselen. Er moet ook gegeten en gedronken worden. Geen probleem, ten westen van de stad groeide en bloeide alles om de inwendige mens te versterken. Wijngaarden, graanvelden, weidegronden, moestuinen. Bovendien krioelden het er van de vis want water functioneerde als de natuurlijke verdedigingswerken van de stad. Een blik op de stadsplattegrond vertelt de rest van het verhaal. Naar het zuiden de Zee van Marmara, ongeveer op het punt waar de Bosporus de zee binnenstroomt, ligt een nauwe doorgang die langs de noordelijke kust van het driehoekig schiereiland loopt. En zo een volmaakte, aan alle kanten door land omsloten, haven vormt. Sedert mensenheugenis de Gouden Hoorn genoemd vanwege zijn vorm en de rijkdom die het wereldhandelsverkeer er creëerde.
De beschrijving die mijn vader ervan gaf, wil ik niemand onthouden. ‘De Hoorn is altijd kalm en rustig, nooit stormachtig. Komt door die natuurlijke ligging. Volgens een oude visser waren het goedgeluimde Griekse goden die de golven en stortzeeën daar voor eeuwig aan banden legden. Onzin natuurlijk maar een godsgeschenk mogen we het zeker noemen. Denk maar aan de schepen in de winter, wanneer grimmige winden de zee en de Bosporus opzwepen. Veilig en zelfs zonder loods kunnen ze binnen varen en afmeren zodra ze de ingang van de baai is bereikt. Ook handig, de hele baai is ongeveer acht kilometer lang en dient over de volle lengte als haven. Wat je daar ziet, is dat de achterstevens, wanneer de schepen voor anker zijn gegaan, op het water wiegen terwijl de voorstevens op het zand rusten. Een zoute klus, als je ziet hoe de bemanning te werk gaat bij het laden en lossen’.

e continuo

Marco Polo